Uitleg over c'è & ci sono
Het is belangrijk om c’è en ci sono als vaste uitdrukkingen in het Italiaans te leren. Ze worden gebruikt om het bestaan of de aanwezigheid van iéts aan te geven. Laten we het komend minuutje stil staan bij deze twee uitdrukkingen!
Olaf van Maaren • Laatste update:

In het Italiaans gebruik je c’è (in feite ci + è) en ci sono om aan te geven dat iets ergens aanwezig is. In het Nederlands vertalen we dit meestal met “er is” en “er zijn”.
C'è
C’è is de vorm die je gebruikt wanneer het om één ding gaat. In een zin als "c’è un ristorante" betekent het “er is een restaurant”. Het werkwoord dat hierachter zit is essere (zijn), in de vorm è. Het woord ci staat ervoor en vormt samen met è de vaste combinatie c’è.
Ci sono
Wanneer het om meerdere dingen gaat, gebruik je ci sono. In "ci sono due bar" betekent het “er zijn twee cafés”. Hier zie je weer hetzelfde ci, maar nu met de meervoudsvorm sono van het werkwoord essere.
Voorbeelden
C’è un ristorante qui.
Er is hier een restaurant.
C’è una farmacia vicino alla stazione.
Er is een apotheek vlak bij het station.
C’è un problema.
Er is een probleem.
Ci sono due bar sulla strada.
Er zijn twee cafés in de straat.
Ci sono molti turisti in città.
Er zijn veel toeristen in de stad.
Ci sono tre musei famosi.
Er zijn drie beroemde musea.