Les 150-65 min
Benvenuti in Italia
In deze les maak je kennis met de eerste begroetingen en met de belangrijkste uitspraakregels die je nodig hebt om eenvoudige Italiaanse woorden begrijpelijk uit te spreken.
Leerdoelen
- Je kiest in eenvoudige situaties de passende begroeting, zoals ciao, buongiorno of buonasera.
- Je spreekt een kleine set basiswoorden correct of bijna correct uit op basis van de behandelde klankregels.
- Je koppelt geschreven woorden aan de juiste uitspraak in een luister- of herkenningsoefening.
- Je begrijpt en gebruikt minimaal een eenvoudige formule om een gesprek te beginnen.
OpenenLes 250-65 min
Il Matrimonio
In deze les leer je jezelf kort voorstellen en ontdek je hoe Italiaanse zelfstandige naamwoorden veranderen in geslacht en aantal.
Leerdoelen
- Je zegt in eenvoudige zinnen wat je naam is, hoe oud je bent en waar je vandaan komt.
- Je stelt en beantwoordt drie basisvragen over persoonlijke gegevens.
- Je herkent bij veelvoorkomende woorden of ze enkelvoud of meervoud zijn.
- Je maakt het meervoud van regelmatige zelfstandige naamwoorden in eenvoudige oefeningen.
- Je herkent bij veelvoorkomende woorden het onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk.
OpenenLes 355-70 min
La Superstizione
In deze les breid je je basiswoordenschat uit met familiewoorden en leer je de belangrijkste bepaalde en onbepaalde lidwoorden gebruiken.
Leerdoelen
- Je benoemt de meest voorkomende familieleden in het Italiaans.
- Je kiest in eenvoudige voorbeelden het juiste bepaalde of onbepaalde lidwoord.
- Je zet zelfstandige naamwoorden inclusief lidwoord om van enkelvoud naar meervoud.
- Je combineert familiewoorden met een passend lidwoord in korte zinsdelen.
- Je begrijpt de belangrijkste informatie uit een kort luisterfragment over een eenvoudige ontmoeting.
OpenenLes 460-75 min
Abitare
In deze les leer je woorden over wonen en maak je een begin met regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd.
Leerdoelen
- Je benoemt veelvoorkomende kamers en meubels in huis.
- Je vervoegt veelvoorkomende regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd met veel voorbeelden.
- Je maakt eenvoudige zinnen over wat iemand thuis doet of waar iets staat.
- Je kiest bij bekende woorden het juiste lidwoord als herhaling van eerdere lessen.
- Je beschrijft met 3-4 zeer eenvoudige zinnen een woning of kamer.
OpenenLes 560-75 min
Il Campeggio
In deze les leer je woorden voor camping en hotel en oefen je hoe je in eenvoudige taal een kamer kunt reserveren.
Leerdoelen
- Je herkent en gebruikt basiswoorden voor camping, hotel en kamer.
- Je stelt en begrijpt eenvoudige vragen bij een reservering, zoals aantal personen of type kamer.
- Je gebruikt een kleine set vaak voorkomende werkwoorden in eenvoudige zinnen over reserveren.
- Je vult een eenvoudig reserveringsdialoogje aan met passende woorden of zinnen.
- Je oefent een korte reservering in een chat of rollenspel.
OpenenLes 655-70 min
Il Benelux
In deze les leer je landen, nationaliteiten en talen benoemen en gebruik je de werkwoorden essere en avere in eenvoudige zinnen.
Leerdoelen
- Je noemt in het Italiaans je land, nationaliteit en taal.
- Je gebruikt essere en avere correct in korte basiszinnen over jezelf en anderen.
- Je stelt en beantwoordt eenvoudige vragen als "Waar kom je vandaan?" en "Welke taal spreek je?".
- Je begrijpt de belangrijkste informatie in een korte leestekst over iemands dag.
- Je combineert eerder behandelde lidwoorden met vertrouwde zelfstandige naamwoorden in herhalingsoefeningen.
OpenenLes 760-75 min
Il Mercato
In deze les leer je basiswerkwoorden, voedselwoorden en het werkwoord fare, zodat je eenvoudige handelingen in dagelijkse situaties kunt begrijpen en benoemen.
Leerdoelen
- Je herkent en gebruikt een kernset van veelvoorkomende werkwoorden.
- Je vervoegt fare in de tegenwoordige tijd in korte oefeningen.
- Je benoemt veelgebruikte etenswaren in het Italiaans.
- Je maakt eenvoudige zinnen over kopen, eten, maken of doen.
- Je begrijpt de belangrijkste informatie uit een kort luisterfragment in de supermarkt.
OpenenLes 850-65 min
Chattare
In deze les leer je hoe bijvoeglijke naamwoorden zich aanpassen en hoe je voorwerpen of situaties met eenvoudige eigenschappen en kleuren beschrijft.
Leerdoelen
- Je kiest in eenvoudige voorbeelden de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord bij geslacht en getal.
- Je benoemt de belangrijkste kleuren in het Italiaans.
- Je beschrijft vertrouwde voorwerpen met een zelfstandig naamwoord plus bijvoeglijk naamwoord.
- Je herkent en corrigeert eenvoudige fouten in de vorm van bijvoeglijke naamwoorden.
- Je oefent een heel kort gesprek, bijvoorbeeld iets bestellen in een chat.
OpenenLes 940-55 min
Uscire
In deze les oefen je woorden voor drinken, leer je het verschil tussen buono en bene en begrijp je een kort verhaal over uitgaan.
Leerdoelen
- Je benoemt veelvoorkomende warme en koude dranken.
- Je onderscheidt in eenvoudige contexten wanneer buono en wanneer bene nodig is.
- Je bestelt in een korte dialoog een drank op eenvoudige en begrijpelijke wijze.
- Je haalt de belangrijkste informatie uit een korte leestekst over een avond uit.
OpenenLes 1050-65 min
La Scuola
In deze les leer je tellen tot honderd en maak je kennis met enkele veelvoorkomende bijwoorden.
Leerdoelen
- Je herkent, schrijft en zegt getallen van 1 tot 100 in eenvoudige oefeningen.
- Je gebruikt getallen voor eenvoudige leeftijden, aantallen of prijzen.
- Je herkent een set veelvoorkomende bijwoorden en begrijpt hun basisbetekenis.
- Je vormt bij regelmatige voorbeelden een bijwoord op basis van een bekend adjectief.
- Je gebruikt getallen en bijwoorden in korte, eenvoudige zinnen.
OpenenLes 1145-60 min
La Storia
In deze les maak je stap voor stap kennis met de passato prossimo om over afgeronde gebeurtenissen te praten.
Leerdoelen
- Je herkent de passato prossimo als vorm om over een afgeronde handeling te spreken.
- Je vormt van veelvoorkomende regelmatige werkwoorden het voltooid deelwoord in oefenzinnen.
- Je vult in eenvoudige voorbeelden een vorm van de passato prossimo aan.
- Je gebruikt Italiaanse getallen in korte rekentaken als herhaling.
- Je maakt 2-3 zeer korte zinnen over gisteren of een afgeronde handeling met een gegeven model.
OpenenLes 1250-65 min
Il Negozio
In deze les leer je basiswoorden voor winkelen en oefen je hoe je in een eenvoudige winkelsituatie iets vraagt of koopt.
Leerdoelen
- Je gebruikt elementaire winkelwoorden voor product, prijs en eenvoudige klant-situaties.
- Je begrijpt het verschil in eenvoudige context tussen abbastanza en basta.
- Je kiest in korte zinnen de passende vorm van essere of avere als herhaling.
- Je stelt of begrijpt elementaire vragen in een winkelsituatie, zoals om een artikel of prijs te vragen.
- Je begrijpt de belangrijkste informatie uit een kort luisterfragment over iets kopen in een winkel.
OpenenLes 1345-60 min
Il Calcio
In deze les breid je je woordenschat uit met sportwoorden en leer je hoe persoonlijke voornaamwoorden in eenvoudige zinnen werken.
Leerdoelen
- Je benoemt veelvoorkomende sporten in het Italiaans.
- Je onderscheidt in eenvoudige voorbeelden onderwerp- en objectvormen van persoonlijke voornaamwoorden.
- Je vervangt herhaalde zelfstandige naamwoorden door een passend persoonlijk voornaamwoord in korte zinnen.
- Je begrijpt de belangrijkste informatie in een korte leestekst over een sportdag of uitstap.
OpenenLes 1450-65 min
La Spiaggia
In deze les leer je bezit uitdrukken met vormen als mio en tuo en oefen je taal die past bij een eenvoudige strandsituatie.
Leerdoelen
- Je kiest in vertrouwde combinaties de juiste bezittelijke vorm bij geslacht en getal.
- Je maakt korte zinsdelen zoals "mijn boek", "jouw telefoon" of "onze handdoeken".
- Je begrijpt de belangrijkste informatie uit een kort luisterfragment op het strand.
- Je past het bezittelijk voornaamwoord toe in eenvoudige invul- en keuzeoefeningen.
- Je herhaalt eerder behandelde werkwoordsvormen in korte oefeningen.
OpenenLes 1540-55 min
Guidare
In deze les leer je basiswoorden voor onderweg en oefen je hoe je in het Italiaans simpel de weg vraagt of begrijpt.
Leerdoelen
- Je herkent en gebruikt basiswoorden rond autorijden en onderweg zijn.
- Je stelt een eenvoudige vraag om de weg te vragen.
- Je begrijpt heel eenvoudige route-instructies in een korte oefening.
- Je gebruikt persoonlijke voornaamwoorden in korte herhalingsoefeningen.
- Je voltooit een mini-dialoog waarin iemand hulp vraagt bij de route.
OpenenLes 1650-65 min
Il Treno
In deze les maak je kennis met basisvoorzetsels en oefen je eenvoudige taal om informatie over een treinreis te begrijpen of te geven.
Leerdoelen
- Je herkent veelvoorkomende voorzetsels zoals a, in, da en gebruikt ze in vaste beginnerscontexten.
- Je vult in eenvoudige reiszinnen het passende voorzetsel in.
- Je begrijpt de belangrijkste informatie in een korte tekst over reizen met de trein.
- Je begrijpt de belangrijkste details uit een eenvoudige leestekst over een treinreis.
- Je vraagt of geeft eenvoudig basisinformatie over vertrek, bestemming of reisrichting.
OpenenLes 1760-75 min
Il Tempo
In deze les leer je over landschappen, het weer en drie lastige voorzetsels die je in veel dagelijkse situaties nodig hebt.
Leerdoelen
- Je benoemt een basisreeks landschappen en woorden over de omgeving.
- Je kiest in veelvoorkomende beginnerszinnen correct tussen da, a en in.
- Je beschrijft in eenvoudige zinnen hoe het weer is.
- Je begrijpt de belangrijkste informatie uit een kort weerbericht.
- Je gebruikt voorzetsels en weerwoorden samen in korte zinnen.
OpenenLes 1855-70 min
Il Tempo Libero
In deze les leer je maanden en seizoenen en maak je stap voor stap kennis met de imperfetto voor gewoonten of achtergrond in het verleden.
Leerdoelen
- Je noemt de maanden van het jaar en de belangrijkste seizoenen in het Italiaans.
- Je herkent de imperfetto als vorm voor gewoonte of achtergrond in het verleden.
- Je vervoegt een kleine set veelvoorkomende werkwoorden in de imperfetto in eenvoudige oefeningen.
- Je begrijpt een korte leestekst waarin iemand over zichzelf en hobby's vertelt.
- Je maakt 2-3 eenvoudige zinnen over vroegere gewoonten met een gegeven model.
OpenenLes 1945-60 min
La Chiesa
In deze les leer je veelvoorkomende beroepen, een bruikbare vaste uitdrukking en herhaal je de belangrijkste werkwoordstijden in eenvoudige contexten.
Leerdoelen
- Je benoemt veelvoorkomende beroepen in het Italiaans.
- Je vraagt en zegt in eenvoudige zinnen welk beroep iemand heeft.
- Je begrijpt in welke alledaagse situaties de uitdrukking tutto a posto? passend is.
- Je kiest in eenvoudige voorbeelden tussen eerder behandelde tijden als tegenwoordige tijd, passato prossimo en imperfetto.
- Je herkent de belangrijkste basispatronen opnieuw in korte oefeningen.
OpenenLes 2050-65 min
L'Arte
In deze les leer je op eenvoudige wijze om hulp te vragen en vergelijkingen te maken tussen personen, dingen of situaties.
Leerdoelen
- Je gebruikt basiszinnen om hulp te vragen in een concrete situatie.
- Je maakt eenvoudige vergelijkingen met patronen als più ... di/che en meno ... di/che.
- Je kiest in eenvoudige voorbeelden tussen di en che.
- Je herhaalt het bezittelijk voornaamwoord in korte oefeningen.
- Je formuleert 2-3 simpele vergelijkingen over vertrouwde onderwerpen.
OpenenLes 2160-75 min
Ordinare
In deze les leer je de belangrijkste woorden en formules om in een bar of restaurant beleefd iets te bestellen.
Leerdoelen
- Je gebruikt basiswoordenschat voor aan de bar en aan tafel.
- Je begrijpt en gebruikt een kleine kernset beleefde bestelzinnen, zoals met vorrei.
- Je herkent dat de condizionale vaak wordt gebruikt om beleefd iets te vragen.
- Je vult een eenvoudig restaurantdialoogje aan van begroeting tot bestelling.
- Je bestelt in een kort gesprek eten of drinken op een duidelijke manier.
OpenenLes 2250-65 min
La Fine
In deze les rond je de beginnerscursus af met herhaling van tafeltaal, bedanken en een gecontroleerde terugblik op de belangrijkste werkwoordsvormen.
Leerdoelen
- Je herhaalt belangrijke woorden voor eten, tafel en bediening.
- Je begrijpt en gebruikt basisformules om te bedanken en gepast te reageren.
- Je kiest in een herhalingsoefening passende werkwoordsvormen uit eerdere lessen.
- Je voert een korte bestelling uit van begin tot einde.
- Je kunt met een zelfcheck aangeven welke beginnerssituaties je zelfstandig aankunt en waar nog herhaling nodig is.
Openen