LET OP: Je hebt Javascript uitstaan, daardoor kan het zijn dat sommige functionaliteiten niet werken. De imperfetto (Italiaanse verleden tijd) | Falo's Italiaanse School
ITALIAANS CURSUS PRAKTISCH GRAMMATICA WOORDEN VERMAAK

De Imperfetto

Uitleg & Oefeningen

Introductie

Wanneer je de cursus volgt, ben je al eens de verleden tijd in het Italiaans tegen gekomen. Je zou bijvoorbeeld de Passato Prossimo moeten kunnen maken. Deze les gaan we verder met de Italiaanse verleden tijd en leer ik je wat over de Imperfetto en de Trappasato Prossimo.

Falo Mobile

Onvoltooid verleden tijd (Imperfetto)

Onder deze tekst vind je de vervoeging van de Imperfetto, dat is de onvoltooide verleden tijd. Het is de meest gebruikte verleden tijd in het Nederlands én in het Italiaans. Voorbeelden van de imperfetto in het Nederlands zijn: Ik fietste, hij speelde, wij kookten.

Deze werkwoorden zijn zwak, wat wil zeggen dat ze regelmatig zijn. Maar zowel in het Nederlands als het Italiaans zijn er ook een hoop sterke (onregelmatige) werkwoorden. Voorbeelden hiervan zijn: Ik las, jullie deden, zij vertrokken. Werkwoorden die in het Nederlands sterk zijn, hoeven dat in het Italiaans niet te zijn. Voor de belangrijkste onregelmatige werkwoorden, verwijs ik graag door naar de pagina met onregelmatige werkwoorden!

Imperfetto Italiaans

Ik zou de imperfetto niet als heel moeilijk beschrijven, denk je wel? Wat wel wat lastiger is, is het verschil tussen de Passato Prossimo en de Imperfetto. Hieronder wordt het verschil uitgelegd tussen de imperfetto (onvoltooide verleden tijd) en de passato prossimo (voltooid tegenwoordige tijd). Ik kort ze af met Imp. en PP.

  • De PP geeft een incidenteel gebeuren aan (een gebeurtenis) en de Imp. een werking van onbepaalde duur, een gewoonte, enz. Bijvoorbeeld: 'Vorig jaar heeft opa nog gefietst' (bijvoorbeeld op een bepaalde zondag) en 'Vorig jaar fietste opa nog' (= was hij nog in staat om te fietsen). 
     

  • De PP vindt plaats in het verleden, zonder duidelijk te maken wanneer; de Imp. doet dat wel. Bijvoorbeeld: 'Al zijn broers hebben de waterpokken gehad' (ooit, in het verleden) en 'Al zijn broers hadden de waterpokken' (bijvoorbeeld in het najaar van 2020). 
     

  •  De PP geeft aan dat de gebeurtenis voortduurt tot het moment van spreken en/of dat de situatie op het spreekmoment van belang is; de Imp. geeft dit niet aan. Bijvoorbeeld: 'Het heeft vannacht geregend; de straat is nat'. 
     

  •  De PP vermeldt feiten, de Imp. geeft een beschrijving. Bijvoorbeeld: 'Gisteravond ben ik naar de bioscoop geweest. Er waren niet veel mensen. Het was erg warm in de zaal. Ik heb twee ijsjes gegeten.' 

    Bron: onzetaal.nl

Voltooid verleden tijd: Trapassato Prossimo

Omdat we er nu zo lekker in zitten, wil ik meteen nóg een verleden tijd met je bespreken: de Trapassato Prossimo (in het Nederlands: de voltooid verleden tijd). Deze tijd geeft aan dat wat gezegd wordt helemaal afgesloten is en het heden er geen invloed meer op kan hebben. Daarnaast wordt het vaak gebruikt om te benadrukken dat het voor een andere gebeurtenis plaats vond.

Het wordt gemaakt van het hulpwerkwoord in de verleden tijd met een voltooid deelwoord. Bijvoorbeeld:

 

Ik had een heel mooi kastje gemaakt, maar deze is kapot gegaan.

 

Voordat hij kapot gegaan is, moest het kastje eerst gemaakt zijn. En dus is er gekozen voor een Trapasato Prossimo. In het Italiaans werkt het precies hetzelfde en daar is dan ook geen verdere uitleg bij nodig.