Tegenwoordige tijd | Falo's Italiaanse School

Tegenwoordige tijd

Uitleg & Oefeningen

Introductie

In iedere normale zin vind je een werkwoord (de persoonsvorm). Wanneer je een nieuwe taal leert, kom je dus onder het leren van werkwoordstijden uit. In dit artikel gaan we het hebben over de onvoltooide tegenwoordige tijd (presente indicativo). Het is de meest gebruikte tijd en daarom ook zeer belangrijk. Gelukkig zit er bij de meeste werkwoorden wat regelmaat in! 

Download Falo Mobile

Onvoltooid Tegenwoordige Tijd

In het Nederlands gebruiken we de onvoltooid tegenwoordige tijd om een handeling aan te geven in het heden (wat gebeurt er nu), zoals ‘ik fiets’, ‘jij kookt’, ‘wij zien’. Je gebruikt hem waarschijnlijk het meest van alle tijden en vormen die er bestaan. In het Italiaans gebruiken ze deze tijd hetzelfde als dat wij dat doen. Het is dan ook verstandig om de tijd hiervoor te nemen, zodat je een goede basis creëert waarvan je later veel plezier zult hebben!

Presente Indicativo

Hieronder vind je een tabel met daarin de persoonsvormen (links) en rechts de drie verschillende werkwoordsgroepen die er bestaan in de Italiaanse taal. Het grootste deel van de werkwoorden die eindigen op –are, -ere en –ire noemen we regelmatige werkwoorden. Er bestaan ook werkwoorden die afwijken van het standaardrijtje of die eindigen op andere letters, deze werkwoorden noemen we onregelmatig. We richten ons eerst even op de regelmatige.

Het is belangrijk om altijd eerst de stam van het werkwoord te bepalen. Dit doe je door ofwel -are, of -ere of -ire van de infinitief (hele werkwoord) te halen. Vervolgens pak je de juiste uitgang er aan vast. Wanneer je de ik-vorm nodig hebt, plak je achter de stam dus altijd een -o. In het schema hierboven heb ik de verschillende uitgangen per groep onderstreept. 

Uitspraak

De klank van de infinitief blijft altijd bewaard! Ik focus mij in dit artikel niet op de uitspraakregels, deze vind je in een ander artikel op de site. In het geval van cercare heeft de tweede 'c'  een k-klank. In de jij- & wij-vorm zou deze klank  veranderen in een tsji-klank (c+i). Om dat te voorkomen, plak je er in dit soort gevallen een ' h'  tussen. Op deze manier blijft de klank bestaan. 

Hulpwerkwoorden

Naast de zelfstandige werkwoorden, bestaan er zowel in het Nederlands als in het Italiaans ook hulpwerkwoorden.  Hulpwerkwoorden zijn werkwoorden die meer informatie geven over het zelfstandige werkwoord en dan ook niet zo vaak alleen in de zin zullen staan.

 

De 5 hulpwerkwoorden die het meest voorkomen zijn: essere (zijn), avere (hebben), potere (kunnen), volere (willen) en dovere (moeten). Dit zijn belangrijke werkwoorden, leer ze dus uit je hoofd!

Essere en Avere

Twee zeer belangrijke werkwoorden zijn essere (zijn) en avere (hebben). Net als in het Nederlands kun je met deze twee werkwoorden andere werkwoorden in een andere tijd veranderen.

> Ik zit - Ik heb gezeten.

> Jij gaat - Jij bent gegaan.

 

Hoe je het voltooid deelwoord (gezeten, gegaan) moet vormen, leer je in een ander artikel. 

Modale werkwoorden

De modale werkwoorden zijn kunnen, moeten en willen. Zij geven aan of er bij het zelfstandig werkwoord sprake is van een mogelijkheid, verplichting of wens. Er moet bij het modale werkwoord dan ook bijna altijd een zelfstandige werkwoord staan.


Die staat erachter in de infinitief (hele werkwoord). In het Italiaans zijn de modale werkwoorden potere (kunnen), dovere (moeten) en volere (willen). Klik op het werkwoord om wat meer informatie te vergaren.

FALO

  • 57fd64_05b11ece50e047bb80e840a4ef371272
  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon

© 2020 Falo's Italiaanse School. Met trots ontwikkeld en ontworpen door Olaf van Maaren.

Privacybeleid | Algemene Voorwaarden | Cursusbeschrijving | Beleidsplan | Contact

falo_logo_edited.png